
1. Lood wordt verwerkt op de aansluiting tussen muur en dak
Bij een aanbouw met een plat dak (bitumen of EPDM), zit er vaak een opstand of opgaand metselwerk aan de bestaande gevel. Hier wordt het dak tegenaan afgewerkt. Op deze overgang wordt lood toegepast om te zorgen dat er geen water achterlangs de aansluiting loopt. Dit is essentieel bij de overgang van het horizontale dak naar de verticale gevelmuur.
2. Lood wordt in de stenen muur geplaatst in een voeg
Het lood wordt mechanisch in de gevel ingeslepen op ongeveer 5 tot 10 cm boven het dakniveau (soms hoger, afhankelijk van de situatie). Hierbij wordt een horizontale voeg uitgehakt of ingeslepen, meestal 40 tot 60 mm diep, conform het Bouwbesluit 40/60-regel. Het lood wordt in deze sleuf geschoven en vervolgens mechanisch vastgezet met een knelstrip en kit.
3. Het lood loopt schuin naar buiten over het dak heen
Het lood moet altijd met een afschot van de muur af lopen, zodat het regenwater netjes wordt afgevoerd richting het platte dak of de goot. Het uiteinde van het lood komt meestal zo’n 10–15 cm over de dakbedekking heen te liggen. Dit voorkomt dat er capillair water onder het lood door omhoog kruipt of dat de wind eronder slaat.
4. Spouwlood bij een spouwmuurconstructie
Bij een aanbouw met een spouwmuur (binnenblad + isolatie + buitenblad), wordt vaak spouwlood toegepast. Dit is een loodstrook die in het binnenblad wordt gemetseld, achter de isolatie langsloopt, en door de buitenmuur naar buiten komt via een open stootvoeg of een waterhol. Zo wordt water dat in de spouw terechtkomt, buiten het metselwerk afgevoerd.
Soms zie je in deze constructie kleine ventilatieopeningen of waterafvoersleuven – dit zijn “open stootvoegen” of “muizentandjes” – waar het lood onzichtbaar achter zit. Die zorgen voor luchtcirculatie én waterafvoer.
Vrijblijvend contact hoe zit het lood in de muur van een aanbouw?
5. Alternatief voor lood: loodvervanger
In sommige gevallen wordt in plaats van traditioneel bladlood een loodvervanger gebruikt, zoals Ubiflex of Wakaflex. Deze zijn lichter, milieuvriendelijker, maar moeten altijd op dezelfde manier verwerkt worden: met voldoende overlengte, waterdicht aansluitend en met dezelfde insteekdiepte in de muur.
Veelvoorkomende fouten bij loodaansluitingen
- Lood te kort afgesneden of niet diep genoeg in de voeg geplaatst
- Geen afschot: lood ligt horizontaal of loopt richting de muur
- Slechte afwerking met kit: water loopt alsnog achter het lood
- Geen ventilatieopeningen in het metselwerk bij spouwlood
Conclusie
Het lood in de muur van een aanbouw zit altijd verankerd in het metselwerk om het water vanaf het dak of uit de spouw waterdicht naar buiten af te voeren. De juiste plaatsing (minimaal 40–60 mm diep in de voeg), het juiste afschot, en een zorgvuldige overlapping met de dakbedekking zijn cruciaal. Verkeerd verwerkt lood leidt vrijwel altijd tot lekkage.











